De overgang naar volwassenheid brengt voor veel jongeren een periode van zoeken, twijfelen en soms ook vastlopen met zich mee. Voor grootouders die hun kleinkinderen door deze fase zien gaan, kan dit confronterend zijn. Wanneer je als opa ziet dat je kleinkinderen worstelen met hun studiemotivatie, roept dit vragen op: wat is hier aan de hand? Kan ik iets doen? En vooral: hoe blijf ik betrokken zonder over grenzen te gaan?
Waarom jongvolwassenen vastlopen in hun studies
De achterliggende redenen voor studiemotivatie bij jongvolwassenen zijn complexer dan vroeger. Bijna 40% van de studenten krijgt te maken met ernstige studievertraging of twijfels over hun studiekeuze. De druk om te presteren is enorm toegenomen, terwijl de arbeidsmarkt ondoorzichtig lijkt en maatschappelijke verwachtingen zwaar wegen.
Jongvolwassenen vandaag groeien op in een tijd van oneindige keuzemogelijkheden. Waar eerdere generaties vaak een duidelijker pad voor ogen hadden, ervaren veel studenten nu keuzestress. Ze vragen zich af of deze opleiding wel de juiste is, of hun passie wel aansluit bij hun studie, of er überhaupt nog wel banen zijn in hun vakgebied. Deze existentiële vragen kunnen verlammend werken.
Daarnaast speelt mentale gezondheid een grotere rol dan ooit. Angstklachten, depressieve gevoelens en burn-out komen frequent voor onder studenten. De coronapandemie heeft dit probleem verder verergerd, met gemiste sociale contacten en online onderwijs dat voor velen niet werkte.
De unieke positie van grootouders
Als grootouder heb je een bijzondere positie in het leven van je kleinkinderen. Je staat net iets verder af dan ouders, wat paradoxaal genoeg juist ruimte creëert voor openheid. Kleinkinderen delen soms dingen met hun grootouders die ze niet met hun ouders bespreken, simpelweg omdat er minder directe prestatiedruk vanuit die relatie komt.
Tegelijkertijd zit hier ook de uitdaging: je wilt graag helpen en beschikbaar zijn, maar je bent niet de ouder. Je hebt geen directe verantwoordelijkheid voor hun keuzes, en dat kan een gevoel van machteloosheid geven. Het is belangrijk om deze positie te omarmen in plaats van ertegen te vechten. Jouw kracht ligt juist in het feit dat je beschikbaar kunt zijn zonder de druk die ouderschap met zich meebrengt.
Wat zegt de wetenschap over effectieve ondersteuning
Onderzoek naar motivatie bij jongvolwassenen wijst op het belang van autonomie, competentie en verbondenheid. Dit zijn de drie pijlers van de zelfdeterminatietheorie. Jongeren presteren beter en voelen zich gemotiveerder wanneer ze het gevoel hebben zelf keuzes te maken, wanneer ze zich competent voelen in wat ze doen, en wanneer ze zich verbonden voelen met belangrijke anderen.
Dit betekent concreet dat advies opleggen of oplossingen aanreiken vaak contraproductief werkt. Wat wél helpt is het stellen van open vragen, het tonen van oprechte interesse zonder oordeel, en het bieden van een veilige omgeving waarin twijfels geuit mogen worden.
Signalen oppikken zonder te pushen
Effectieve ondersteuning begint met observeren en luisteren. Let op subtiele signalen tijdens gesprekken: vermijdt je kleinkind bepaalde onderwerpen? Reageert hij of zij geïrriteerd bij vragen over de studie? Of juist opgelucht wanneer het gesprek een andere kant opgaat?
Probeer eens een ander soort gesprek aan te gaan. In plaats van te vragen “Hoe gaat het met je studie?”, kun je vragen: “Wat hield je deze week bezig?” of “Waar ben je mee aan het worstelen op dit moment?”. Deze open vragen geven ruimte zonder direct te focussen op prestatie en studievoortgang.
Praktische manieren om betrokken te blijven
Er zijn talloze manieren waarop je als grootouder aanwezig kunt zijn zonder opdringerig over te komen. Het draait om consistentie, beschikbaarheid en het creëren van laagdrempelige momenten van contact.
Creëer informele contactmomenten
Stel vaste momenten in zonder formele agenda. Een maandelijkse lunch, een wandeling, of gewoon een appje waarin je een grappige anekdote deelt. Deze contactmomenten hoeven niet altijd over diepgravende onderwerpen te gaan. Juist door regelmatig luchtig contact te onderhouden, vergroot je de kans dat je kleinkind naar je toekomt wanneer er wél iets speelt.

Deel je eigen ervaringen met kwetsbaarheid
Jongvolwassenen waarderen authenticiteit enorm. In plaats van je te presenteren als iemand die alles altijd goed heeft gedaan, deel verhalen over momenten waarop jij twijfelde, foute keuzes maakte of vastliep. Dit normaliseert hun eigen worsteling en maakt je benaderbaar.
Vertel bijvoorbeeld over een periode waarin jij je afvroeg of je wel de juiste carrièrekeuze had gemaakt, of over een fase waarin je weinig motivatie voelde. Laat zien dat dit menselijk is en dat het oké is om niet altijd een helder plan te hebben.
Bied concrete praktische hulp aan
Soms is de beste steun heel praktisch van aard. Misschien kunnen je kleinkinderen wel een rustige plek gebruiken om te studeren. Of helpt het om samen boodschappen te doen zodat ze gezonder kunnen eten. Kleine, concrete gebaren kunnen een groot verschil maken zonder dat je ingrijpt in hun autonomie.
- Bied aan om samen te koken en maaltijden voor te bereiden
- Vraag of ze een rustige studieplek nodig hebben
- Stel voor om samen een museum of tentoonstelling te bezoeken, want inspiratie kan van buitenaf komen
- Help met praktische zaken zoals administratie of het zoeken naar informatie
Wanneer zorgen terecht zijn en wat je dan kunt doen
Soms gaat studiemotivatieverlies hand in hand met ernstiger problemen. Signalen zoals sociale isolatie, verslavingsgedrag, extreme stemmingswisselingen of uitspraken over hopeloosheid vragen om meer aandacht. In zulke gevallen is het belangrijk om niet te minimaliseren maar ook niet te dramatiseren.
Een effectieve benadering is de “ik maak me zorgen”-boodschap. Dit betekent dat je vanuit jezelf spreekt zonder beschuldigend te zijn: “Ik merk dat je de laatste tijd wat stiller bent dan normaal, en dat maakt me een beetje ongerust. Wil je erover praten?” Dit opent een deur zonder druk uit te oefenen.
Als je vermoedt dat er meer speelt, kun je voorzichtig suggereren om professionele hulp te zoeken. Veel onderwijsinstellingen hebben studentendecanen of psychologen. Jongeren staan tegenwoordig vaak opener voor psychologische ondersteuning dan vroegere generaties, maar de drempel om die eerste stap te zetten kan nog steeds hoog zijn.
De kunst van loslaten en vertrouwen
Misschien wel het moeilijkste aspect van deze situatie is accepteren dat je niet alles kunt oplossen. Jongvolwassenen hebben recht op hun eigen pad, inclusief omwegen en misstappen. Groei ontstaat vaak juist door worsteling, niet ondanks worsteling.
Dit betekent niet dat je afstandelijk moet zijn of je onverschillig moet opstellen. Het betekent dat je leert onderscheid te maken tussen beschikbaar zijn en verantwoordelijkheid overnemen. Jouw rol is die van veilige haven, niet die van reddingsboot.
Grootouderschap in de 21ste eeuw vraagt om een delicate balans tussen betrokkenheid en ruimte geven. Door aanwezig te blijven zonder te oordelen, door te luisteren zonder meteen oplossingen aan te dragen, en door vertrouwen uit te stralen in het vermogen van je kleinkinderen om hun eigen weg te vinden, bied je iets wat onbetaalbaar is: een anker in onzekere tijden. Die aanwezigheid alleen al, hoe subtiel ook, kan het verschil maken tussen verdwalen en uiteindelijk toch de weg vinden.
Inhoudsopgave
